Een windmolen brengt al snel een ton per jaar op voor de omgeving

Houd de baten lokaal. Windmolens en zonneparken leveren geld op, dus zorg er dan voor dat de lokale omgeving profiteert, zo stellen de burger-energiecoöperaties. Door het eigendom en beheer in handen te nemen, blijven ook de opbrengsten in eigen hand, aldus Anne Marieke Schwencke in haar artikel Energiecoöperaties, lokaal eigendom en lokale baten- Windenergie op land. Hieronder volgt een samenvatting van het artikel waarin zij voorrekent hoeveel een windturbine de lokale omgeving kan opbrengen als hij in lokaal eigendom is.

Het model is eenvoudig. Bewoners investeren in coöperatief verband in een wind- of zonnepark, ontvangen een eerlijk rendement op hun inleg en hebben daarnaast voordeel van de investeringen in de omgeving met de gelden die jaarlijks een omgevingsfonds instromen. Zo zijn glasvezelnetten, buurthuizen, voetbalclubs en scholen gefinancierd, en kunnen wijken worden verduurzaamd. Wat leveren windparken op voor de omgeving? Dit blijkt toch al snel over een ordegrootte van 100.000-150.00 euro per windturbine te gaan.

De lokale omgeving profiteert op de volgende manieren:

  • Bewoners investeren via de coöperatie in een rendabel project en ontvangen een rendement op hun inleg. Dit geld blijft lokaal.
  • Een deel van de opbrengsten wordt gereserveerd voor een omgevingsfonds (minimaal conform NWEA norm) en/ of voor een korting op de stroom. Daarnaast zijn er andere lokale baten, zoals de grondvergoedingen voor lokale grondeigenaars[1] en de OZB (en leges) voor de gemeente.

Baten lokaal: ruim een ton per jaar per windturbine

We gaan uit van een windturbine van 4 MW. Deze kost ongeveer 4,6 miljoen euro en levert een kasstroom van ordegrootte 160.000 euro per jaar op. Met dat geld moeten de ontwikkelkosten en risico’s betaald worden die de investeerders voor eigen rekening en risico hebben voorgefinancierd. Hoeveel daarvan dan precies beschikbaar kan komen voor de omgeving hangt af van de situatie en de kosten die gemaakt zijn in de ontwikkelfase. Die kosten hangen sterk samen met het verloop van het ontwikkelproces; zijn er veel bezwaren, dan leidt dat onder meer tot aanzienlijke juridische kosten en onderzoekskosten (tijd is geld). Gaat het project uiteindelijk helemaal niet door dan zijn al deze kosten gemaakt, zonder dat ze terugverdiend kunnen worden. Ontwikkelaars rekenen daarom altijd met een risico-opslag.

Als we uitgaan van ontwikkelkosten met risico-opslag van 5 tot 10 procent van de investeringskosten, dan houden we rond de 130.000-145.000 per jaar over als rendement voor de ontwikkelaar, de investeerders en voor de omgeving.

Stel nu dat de investeerders leden van een lokale coöperatie zijn of een andere lokale partij uit de regio. De leden brengen samen, met een grote groep, het benodigde eigen vermogen op. Als zij genoegen nemen met een rendement op eigen vermogen van 6% gedurende de looptijd van 15 jaar, dan ontvangen zij samen rond de 95.000 euro per jaar. Dit geld blijft lokaal.

De meeste ontwikkelaars reserveren een bedrag voor een omgevingsfonds en gaan daarbij uit van een standaardbedrag van de NWEA gedragscode, in dit voorbeeld 5.000 euro per jaar. Vervolgens blijft er bijna 30.000- 45.000 euro per jaar over dat beschikbaar kan komen voor de lokale omgeving. Daarvoor is het van belang dat de lokale initiatiefnemers invloed hebben op het ontwikkelproces, ontwikkelkosten én -risico’s en de wijze waarop het project gefinancierd is. Lukt het om die kosten en risico’s laag te houden? Dan blijft er meer over voor de omgeving.

Indien de windturbine na de afschrijvingstermijn van 15 jaar nog vijf jaar blijft doordraaien dan levert deze nog ruim 100.000 euro per jaar op. De leningen zijn afbetaald en de investeerders hebben in principe hun gewenste rendement behaald. Wat er in deze periode overblijft kan uitgekeerd worden aan de investeerders of aan een omgevingsfonds.

Is er draagvlak voor lokale energie ontwikkeling?

Als we kijken naar publieksonderzoeken en marktonderzoeken dan zien we dat een groot deel van de bevolking positief staat tegenover lokale energieopwekking. Bijvoorbeeld: op dit moment koopt bijna 70% van alle Nederlanders groene stroom. Uit publieksonderzoek van Motivaction blijkt dat bijna 30% van de mensen in principe bereid zou zijn om deel te nemen aan een energiecoöperatie of een windcollectief. Nog eens 30% geeft aan dat ‘misschien’ te willen doen. Dit betekent dat tweederde van de Nederlanders aangeeft positief te staan tegenover coöperatieve projecten. Voorwaarde is dat ze een aantrekkelijk aanbod krijgen.

Concluderend, de bereidheid om lokale energieproductie van coöperaties te steunen, lijkt er te zijn. De kunst is om dit ‘potentiële draagvlak’ te mobiliseren en verzilveren voor lokaal eigendom. Daar wordt hard aan gewerkt door de 500 energiecoöperaties in Nederland en hun (lokale) partners.

Voorwaarden voor verdere groei: het gaat niet vanzelf

Eén belangrijke basisconditie voor een verdere doorgroei is handelingsperspectief voor burgers: rendabele projecten met hernieuwbare energie moeten mogelijk zijn. Dit stelt onder andere voorwaarden aan de stimuleringsregelingen, alsook aan de capaciteit van elektriciteitsnetwerk en beschikbaarheid van locaties.

Overheden spelen daarnaast een belangrijke rol in het versterken van de positie van energiecoöperaties, bijvoorbeeld met financiële ondersteuning en door maatschappelijke randvoorwaarden te formuleren. Bijvoorbeeld in het omgevingsbeleid. Het streven naar 50% lokaal eigendom in het Klimaatakkoord is een belangrijke stap in dit proces.

Dit samengevatte artikel is een bewerking uit het hoofdstuk over windenergie van de publicatie: Verkenning toekomstpotentieel burgerenergiebeweging 2030, april 2019, openbaar per 20 juni 2019, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, mede op verzoek van Energie Samen. In deze verkenning onderzoekt Schwencke of het mogelijk is dat burgerorganisaties 50% van de nieuwe zonne- en windprojecten ontwikkelen. Conclusie: dat is zeker denkbaar.

 

Download de verkenning en de volledige versie van bovenstaand artikel op de website van AS I-SEARCH

Lees ook: Verkenning toekomstpotentieel burger-energiebeweging

[1] Een grondeigenaar kan ook buiten de regio wonen, of een overheidsinstelling zijn.