Netaansluiting

Wat moet je weten over aansluiting van je SCE-project op het elektriciteitsnet?

Wie is mijn netbeheerder?

Per regio is één netbeheerder verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de elektriciteits- en gasnetten en het energietransport. Je kiest je netbeheerder dus niet zelf. Via de website van Netbeheer Nederland kun je de regionale netbeheerder vinden.
Elke Nederlandse aansluiting voor gas en elektriciteit heeft een eigen 18 cijferige EAN-code. De netbeheerders en leveranciers van energie gebruiken deze EAN-codes voor onderlinge communicatie. De netbeheerder geeft iedere aansluiting een EAN-code.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Aan welke eisen moet de netaansluiting voldoen?

In de SCE-regeling worden eisen gesteld aan de aansluiting zelf en aan het allocatiepunt waarop de productie-installatie wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Een allocatiepunt is een meetpunt waaraan een marktpartij is gekoppeld en waarvan de meetdata centraal kan worden uitgewisseld.  Voor ieder project moet er een apart allocatiepunt zijn. Het allocatiepunt krijgt een EAN-code die wordt gekoppeld aan de beschikking.

Per categorie productie-installatie is in de SCE-regeling gespecificeerd of de productie-installatie op een klein- of grootverbruikersaansluiting moet worden aangesloten. In alle gevallen geldt dat de productie-installatie op niet meer dan één allocatiepunt is aangesloten. Op het allocatiepunt zijn geen andere productie-installaties aangesloten

Kleinverbruikersaansluiting

Per productie-installatie is één apart ‘zuiver’ teruglever-allocatiepunt nodig om de elektriciteit die onder een subsidiebeschikking is verleend apart te registreren (dit om overlap van SCE met de salderingsregeling (lees meer) te voorkomen). Bij een zuivere terugleveraansluiting heb je geen verbruik (niet-netlevering op het meetpunt is niet dus mogelijk, behalve het verbruik van de installatie zelf). De productie-installatie achter een zuiver terugleverallocatiepunt is technisch gescheiden van de andere installaties achter de aansluiting. Een zuiver terugleverallocatiepunt is een extra (secundair) meetpunt. Een extra meetpunt vraag je aan bij je netbeheerder.

  • Zon-PV aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kWp 

  • Wind op land aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW 

  • Waterkracht aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW 

Grootverbruikersaansluiting 

Als de productie-installatie is aangesloten op een grootverbruikersaansluiting is zelflevering van de geproduceerde elektriciteit wel toegestaan. Om de totale productie van de installatie te kunnen meten is er een brutoproductiemeter (BPM) nodig. Daarmee meet je alleen de productie van de installatie. Het verschil tussen de gemeten productie en de geleverde energie aan het net via de aansluiting is het eigen verbruik.

  • Zon-PV aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 500 kWp 

  • Wind op land aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 1000 kW 

  • Waterkracht aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 150 kW

Voorbeelden van mogelijke combinaties van allocatiepunten en locaties

  • Eén aanvraag op één gebouw of perceel met één allocatiepunt (meetpunt)
  • Één aanvraag op meer gebouwen of percelen met één allocatiepunt
  • Twee aanvragen op twee gebouwen op hetzelfde adres met één (of elk één) aansluiting, maar met twee verschillende allocatiepunten
  • Een tweede  aanvraag op dezelfde locatie in volgende ronde. Dat kan mits er genoeg dakoppervlak is om beide systemen te realiseren. De tweede aanvraag moet dan een eigen allocatiepunt krijgen. Let op: de vermogens van beide installaties worden bij elkaar opgeteld dus niet automatisch dezelfde leden kunnen meedoen, zie ook Waar moet mijn aanvraag aan voldoen?

↑ Terug naar inhoudsopgave

Wat zijn de eisen aan de aansluiting voor leden van de coöperatie?

Alleen kleinverbruikers (maximaal 3x80A) komen in aanmerking voor deelname aan SCE-projecten. Leden kunnen op hun jaarafrekening van de energieleverancier zien welk type aansluiting ze hebben. Aansluitingen tot en met 3 x 80A mogen meedoen. Gangbaar voor een Nederlands huishouden is 1 x 35A of 3 x 25A. 

De productie-installatie mag wel gebruik maken van een grotere aansluiting.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Welke eisen gelden voor een kleinverbruikersaansluiting?

Een productie-installatie aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting (met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3 x 80A) is verplicht om alle elektriciteit aan het net te leveren. Daarbij moet de productie-installatie worden aangesloten op een zuiver terugleverallocatiepunt. Dit om dubbele stimulering via de Salderingsregeling en de SCE-subsidie te voorkomen, als ook energie wordt afgenomen op de projectlocatie. 

Worden er meer SCE-opwekprojecten op dezelfde locatie via een kleinverbruikersaansluiting gerealiseerd (in de loop van de tijd)? Dan moeten de verschillende productie-installaties met één aansluiting worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Mocht de nieuwe installatie geen gebruik kunnen maken van de bestaande kleinverbruikersaansluiting, dan moet hij aangesloten worden op een grootverbruikersaansluiting.

Als de kleinverbruikersaansluiting niet genoeg capaciteit heeft voor én de bestaande én de nieuwe productie-installatie, dan zal de nieuwe productie-installatie op een grootverbruikersaansluiting moeten worden aangesloten, of zal een andere locatie moeten worden gezocht. Dit om te voorkomen dat installaties worden opgeknipt zodat gebruik gemaakt kan worden van meer (goedkopere) kleinverbruikersaansluitingen in plaats van een (duurdere) grootverbruikersaansluiting, aangezien dit hogere maatschappelijke kosten voor de netbeheerder betekent.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Welke eisen gelden voor een grootverbruikersaansluiting?

Als de productie-installatie is aangesloten op een grootverbruikersaansluiting, is zelflevering van de geproduceerde elektriciteit toegestaan. Ook deze zelflevering wordt in de SCE gesubsidieerd, met een specifieke basiselektriciteitsprijs en correctiebedrag, zie paragraaf 2.6.2. Toelichting subsidie.

Als de productie-installatie een grootverbruikersaansluiting heeft, draag je er als subsidieontvanger zorg voor dat de productie van de hernieuwbare elektriciteit maandelijks wordt gemeten en wordt doorgegeven aan de minister.

Voor een installatie die is aangesloten op een grootverbruikersaansluiting, is het verplicht om bij de aanvraag een transportindicatie van de netbeheerder mee te sturen (zie SCE-subsidie aanvragen onder 'Welke informatie moet ik meesturen met mijn aanvraag?')

In geval van een grootverbruikersaansluiting wordt bij het bepalen van het aantal kWh dat in aanmerking komt en dat daadwerkelijk is geproduceerd, ook eigen verbruik gesubsidieerd: het verbruik ’achter de meter’. Het gaat hierbij om andere installaties dan productie-installaties, dus om apparaten en dergelijke die elektriciteit gebruiken. Het eigen verbruik moet worden aangetoond met Garanties van Oorsprong (GvO) voor niet-netlevering (lees meer: Wat zijn Garanties van Oorsprong?)

↑ Terug naar inhoudsopgave

Hoe vraag ik een netaansluiting aan?

  • Check bij Netbeheer Nederland wie de netbeheerder is. Bekijk de website van de beheerder voor rekenvoorbeelden en procedures. Voor grootverbruik geldt soms een aangepaste aanvraagprocedure.
  • Vraag een nieuwe aansluiting of offerte aan op www.mijnaansluiting.nl.
  • De procedure is doorgaans aanvragen – offerte – betalen – realisatie. Na de aanvraag volgt eerst een offerte. Een offerte verplicht nog tot niets, je kunt er van afzien. Tijdens het maken van een businesscase kun je dus ook een aanvraag doen om de haalbaarheid van je project te toetsen. Pas bij betaling is de aanvraag voor de aansluiting definitief en zal er door de netbeheerder actie worden ondernomen.
  • Vul op het aanvraagformulier onder ‘opmerkingen’ in waarvoor de aansluiting bedoeld is. Dat voorkomt verwarring achteraf over het soort aansluiting. De netbeheerder kan zo direct een passende offerte uitbrengen.
  • Een secundair allocatiepunt of een groot project is maatwerk. Neem hiervoor altijd voorafgaand aan een aanvraag contact op met de netbeheerder.
  • Niet te vergeten: sluit een overeenkomst met een energieleverancier. En bij een grootverbruikaansluiting met een meetbedrijf. Anders wordt een aansluiting niet aangesloten.

Lees ook: 'Aansluiten voor dummies: FAQ over netaansluitingen' op de site van HIER opgewekt.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Hoe lang van te voren moet ik een nieuwe aansluiting aanvragen?

  • Een netbeheerder is wettelijk verplicht om binnen 18 weken na de aanvraag een nieuwe elektriciteitsaansluiting aan te leggen. Dat betekent niet dat het standaard 18 weken duurt, het is alleen lastig te van te voren aan te geven of een aansluiting sneller gerealiseerd kan worden. Over het algemeen geldt dat een kleinverbruikersaansluiting eenvoudiger is, maar ook daar kunnen er in de praktijk obstakels zijn. Een nieuwe aansluiting aanleggen is veel werk, zeker als er vergunningen nodig zijn. Begin daarom op tijd met de procedure.
  • Let op: De wettelijke termijn van 18 weken gaat pas in op het moment dat de betaling binnen is. Pas dan gaan netbeheerders aan de slag. Houd hier in de planning rekening mee!

↑ Terug naar inhoudsopgave

Mag één project op meer aansluitingen of allocatiepunten worden aangesloten?

Nee, één project (productie-installatie) met meer aansluitingen op het net is niet toegestaan in de SCE. Bovendien geldt dat er voor ieder project een apart allocatiepunt moet zijn.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Moet ik een transportindicatie van de netbeheerder hebben?

Voor een installatie die is aangesloten op een grootverbruikersaansluiting, is het verplicht om bij de aanvraag een transportindicatie van de netbeheerder mee te sturen (zie SCE-subsidie aanvragen onder 'Welke informatie moet ik meesturen met mijn aanvraag?')

Met de transportindicatie geeft de netbeheerder aan dat ruimte op het elektriciteitsnet beschikbaar is om de productie-installatie aan te sluiten. Dit om te voorkomen dat gesubsidieerde projecten niet door kunnen gaan door een tekort aan beschikbare netcapaciteit. 

Let op: De transportindicatie is geen garantie dat op het moment dat er daadwerkelijk een aanvraag wordt gedaan voor een aansluiting ook ruimte beschikbaar is. 

Negatieve transportindicatie gehad? Vraag om onderbouwing en meld het bij onze lobbyist Leon Straathof (leon.straathof@energiesamen.nu), hij is expert in deze materie (lees meer). 

↑ Terug naar inhoudsopgave

Hoe stel ik mijn netbeheerder op de hoogte van mijn productie-installatie?

Ga je energie terugleveren aan het elektriciteitsnet? Dan ben je verplicht dit aan je netbeheerder te melden via www.energieleveren.nl en/of CertiQ (de garantiebeheerinstantie, lees meer). Deze verplichting volg uit de Netcode Elektriciteit met regels die gelden tussen afnemer en netbeheerder rondom het transport van elektriciteit. Voor netbeheerders is het belangrijk om te weten welke klanten zelf energie leveren aan het netwerk. Alleen dan kan hij het elektriciteitsnetwerk veilig en betrouwbaar beheren.

Zie ook de website van CertiQ over het proces van uitgifte van GvO's.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Zie ook

← Naar de pagina Postcoderoossubsidie SCE


Disclaimer: Deze lijsten van veelgestelde vragen en antwoorden zijn gemaakt door HIER opgewekt en de expertgroep postcoderoos, met vertegenwoordigers van Energie Samen, GrEK, AGEM, Lochem Energie, OM| Nieuwe Energie en Greenchoice). De informatie werken we regelmatig bij. Heb je vragen? Stuur een mailtje naar info@hieropgewekt.nl. Aan de inhoud van de artikelen kunnen geen rechten worden ontleend. Het verdient aanbeveling om zo nodig in concrete gevallen advies in te winnen.