Reactie concepttarief postcoderoossubsidie: tarief is te laag

Het Planbureau voor de Leefomgeving PBL heeft een voorlopig tarief berekend voor de opvolger van de postcoderoosregeling. Namens de leden heeft Energie Samen een reactie op het conceptadvies ingestuurd. Onze conclusie: als dit concept-tarief wordt overgenomen, wordt het rendement voor onze leden te laag om postcoderoosprojecten aan particulieren aan te kunnen bieden. Zonder een verhoging zullen er weinig projecten worden gerealiseerd. Wij pleiten dus voor aanpassingen.

Energie Samen vindt het fijn dat dit conceptadvies er nu ligt en dat we op deze manier gelegenheid hebben een gestructureerd gesprek te hebben over de onderliggende aannames. Maar juist nu de groei bij postcoderooscoöperaties erin zit, wordt er een regeling voorgelegd met een tarief dat enorm vertragend effect op de verdere ontwikkeling zal hebben. Het verduurzamen van onze gebouwde omgeving en het benutten van het beschikbaar dakoppervlak komen daarmee in gevaar. Want postcoderoosprojecten dragen daar bij uitstek aan bij, dit in tegenstelling tot grote zon- en windprojecten op land. Bovendien raakt dit een groep mensen die zich de laatste jaren enorm heeft ingezet om lokaal zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de energietransitie.

We vragen daarom het PBL een herberekening te maken op basis van de cijfers zoals aangeleverd door onze leden en roepen de minister op om gehoor te geven aan de oproep van onze leden om een tarief te hanteren dat recht doet aan eerdere toezeggingen, waarbij de vergelijking getrokken werd met salderen. Hiermee kunnen wij samen met de overheid de doelstelling realiseren van kleinschalige projecten waarmee we zo veel mogelijk burgers betrekken bij de energietransitie.

Voorstellen

Het lage tarief is een gevolg van drie elementen:

  • het hanteren van de uitgangspunten die gelden binnen de SDE++ die zich niet voor lenen voor kleine burgerprojecten. In de praktijk worden met de SDE(++) nagenoeg alleen grootschalige projecten gerealiseerd. De Postcoderoosregeling is bedacht als een alternatief voor het salderen. De gedachte hierachter is dat wanneer je niet zelf een (geschikt) dak hebt, je met je buren op lokale grotere daken collectieve zonne-installaties kan bouwen. De kleinschaligheid en de lokaliteit, en het doel om zoveel mogelijk mensen mee te laten doen, lenen zich niet voor een rekenmethode waarin kostenreductie en schaalgrootte de maat zijn. 
  • een onrealistische aanname over de grootte van de projecten. Het PBL hanteert een typische systeemgrootte van 100 kWp, terwijl in de praktijk de standaardgrootte rond de 60 kWp ligt. 
  • te laag inschatten en het ontbreken van verschillende kostenposten. Het gaat dan bijvoorbeeld om verzekeringen, dakhuur en notariskosten.

In onze reactie doen we verschillende voorstellen:

  • Hou een systeemgrootte van 60 kWp aan. Of hanteer eventueel twee categorieën. Van 15kWp tot 100kWp en van 100 kWp tot 1MW.
  • Ga voor de bepaling van het subsidietarief uit van het de rendementsberekening op het ingelegd vermogen van de (afgebouwde) salderingsregeling.
  • Zoek in de systematiek voor berekening van de subsidie per kWh aansluiting bij de rendementsberekeningen gehanteerd voor de afbouw van salderingsregeling in plaats van de rendementsberekening op het eigen vermogen uit de SDE++ systematiek.
  • Ga uit van 100% eigen vermogen in plaats van 50%.
  • Ga uit van 880 vollasturen in plaats van 990 in het eerste jaar.
  • Variabele en vaste investeringskosten: ga uit van € 760 investeringskosten per kWp in 2020 in plaats van € 705 per kWp. Neem kosten van het AC-traject mee. Hanteer vaste kosten boven op de variabele kosten ongeacht systeemgrootte. En neem vervolgens deze voorbereidingskosten in het investeringsbedrag mee.
  • Neem de gehele kosten van vervanging van de omvormer mee, in plaats van een deel van de vervangingskosten.
  • Verhoog de totale variabele en vaste operationele kosten naar een bedrag tussen de € 65 en de € 70/kWp.

Expertgroep

Deze consultatie is samengesteld met de ondersteuning van de Expertgroep voor de PCR van het HIER opgewekt kenniscluster waarin een brede vertegenwoordiging zit van de energiecoöperaties. Lees meer

Downloads

  • Reactie Energie Samen bij consultatieronde over conceptadvies PBL (10 juli 2020, pdf)
  • PBL-notitie Conceptadvies 2021 Postcoderoossubsidieregeling (19 juni 2020, pdf). Op pagina 27 staat de conclusie:

Tabel 8-1 Overzicht subdieparameters 

Categorie

Basisbedrag 2021 (eurocent per kilowattuur)

Vollasturen
(uur/jaar)

Rendement op eigen vermogen (%)

Economische levensduur
(jaar)

Zon-pv, 100 kilowattpiek

10,6

950

9,7

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 8,50 meter per seconde

5,7

3120

8,9

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 8,00 meter per seconde

6,3

2800

9,0

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 7,50 meter per seconde

7,0

2470

9,0

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 7,00 meter per seconde

8,0

2130

9,0

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 6,75 meter per seconde

8,4

2010

9,0

20

Wind, 1 megawatt – windsnelheid 6,50 meter per seconde

9,4

1790

9,0

20

Waterkracht, 50 kilowatt

13,1

5000

10,1

15

Toelichting basisbedrag: dit bestaat uit twee componenten. De marktprijs die je ontvangt voor de geleverde stroom wordt aangevuld met de subsidie van RVO. Dus als je bijvoorbeeld bij zon-pv tegen 6 cent per kWh stroom levert, legt RVO er 4,6 cent bij zodat je op het basisbedrag van 10,6 cent uitkomt. Deze systematiek wordt ook bij de SDE gebruikt.

Jouw belangenbehartiger


Naar de pagina Postcoderoos-regeling in het kort